Translate

vrijdag 25 december 2015

Maar wat doen we met al die restjes? Risottoballetjes (arancini)

Ceci n'est pas un oliebol

Als je dit leest is het waarschijnlijk eerste kerstdag. Misschien heb al een lekker uitgebreid kerstontbijt achter de kiezen, wat kerstkransen naar binnen gewerkt voor de lunch, heb je ondanks de hoge temperaturen buiten toch een glühwein (of drie) naar binnen geklotst, en ben je al een beetje vol en misselijk terwijl het kerstdiner nog moet beginnen.

En morgenochtend zal je terugkijken op een hopelijk geslaagd diner (met geweldige recepten van mijn blog), een gezellige avond met iets te veel wijn en iets te sterke verhalen, een lichte (of grote) frustratie over die gestoorde oom of schoonzus van je, en zal je wellicht met een zwaar kloppend voorhoofd vol afschuw naar de chaos in de keuken kijken, voordat je aan een reeks van dagen begint waarin het hele kerstdiner nog eens een paar keer in de herkansing gaat omdat je anders met de restjes blijft zitten (en omdat je het natuurlijk zonde vindt om het weg te gooien).  

Gelukkig is de redding nabij.

De Italianen zijn namelijk experts in het opmaken van restjes. Zij weten hier vaak toch nog iets nieuws en lekkers van te maken, waardoor je niet tegen heug en meug die rollade met cranberry-saus hoeft op te warmen en naar binnen hoeft te werken.
Die cranberry-saus (die de Italianen volgens mij helemaal niet kennen) gooi je bijvoorbeeld lekker op de panna cotta met kastanje die ik twee weken geleden op mijn blog zette. Of serveer je bij een kaasplankje.

En heb je brood over? Dan rooster je dit in plakken tot crostini of bruschetta. En serveer je dit vervolgens lekker met die rollade die je in stukjes hebt geplukt. Óf je laat het brood een paar dagen oud worden en maalt het fijn in de keukenmachine tot paneermeel. En gebruikt dit als armelui's parmezaan over je pasta, of voor de arancini die we vandaag als recept hebben.

En die restjes groente? En dat karkas van de kalkoen? Daar maak je natuurlijk een heerlijke soep van! Hak de groentes grof, gooi dit in de pan met het karkas tezamen met wat foelie, knoflook, een uitje, en wat kruiden bijvoorbeeld. Laat dit lekker lang (uurtje of 1-2) sudderen in water, en verwijder het karkas. Breng op smaak met zout en peper.

Heb je pasta over? Ook hier kun je je groentes in kwijt. Gooi er vervolgens een ei of twee doorheen en bak het in een koekenpan tot een pasta frittata. Dit is een soort pasta-omelet. Snijd er puntjes van en serveer.

En dan je risotto. Je had zo'n heerlijk tussengerechtje gemaakt van risotto, maar ja: niets is zo menselijk als het maken van te veel risotto (vind ik). En niets is zo vies als het opnieuw opwarmen van risotto (daarom moet je ook eigenlijk nooit risotto bestellen in een restaurant). Maar de Sicilianen hebben hier een geweldige oplossing voor bedacht. Ze noemen het "de sinaasappels" (arancini).

Wat het is? Nou eigenlijk gewoon een nasibal van oude risotto. Maar dan met een kleine verrassing in het midden. En veel lekkerder dan een nasibal natuurlijk!

Arancini


Wat heb je nodig voor circa zes balletjes?


  • Restje risotto (300-400 gram)
  • 6 blokjes mozzarella
  • Paar eetlepels bloem 
  • Paar eetlepels paneermeel
  • Twee eieren
  • Arachideolie

Hoe maak je het klaar?


  1. Zorg dat de oude risotto helemaal afgekoeld is. Breek er dan een ei doorheen. Schep goed door. 
    Risotto met asperges en stukjes zalm
  2. Leg drie diepe borden klaar: eentje met bloem, eentje met een geklopt ei, en eentje met paneermeel. 

  3. Draai zes balletjes van de risotto. Duw met je duim een klein gaatje in de bal, stop hier een klein stukje mozzarella in, en vouw de bal zorgvuldig dicht. Je kunt overigens ook iets anders in het balletje verstoppen: een druppel ragù bijvoorbeeld.
  4. Haal de bal door de bloem, dan door het ei en tenslotte door het paneermeel. 
  5. Ben je klaar met de zes balletjes, leg ze dan op een bordje en laat dit een uurtje opstijven in de koelkast. 

  6. Verhit een dikke laag arachideolie en bak de balletjes hierin goudbruin. 

  7. Laat uitlekken op wat keukenpapier en serveer heet met een stukje vis en wat groentes bijvoorbeeld.




vrijdag 18 december 2015

Het jaar van de boon. Konijn met witte bonenpuree en venkel



In mijn directe omgeving slaakten enkele mensen een angstvallige kreet. 2016 wordt namelijk het jaar van de boon. En er zijn verdraaid veel mensen om mij heen die niet van bonen houden.

Ik niet hoor. Ik ben dol op bonen. Maar eigenlijk eet ik ze te weinig. Zeker wanneer je hoort dat de boon (of beter gezegd: de peulvrucht) in de nabije toekomst een veel prominentere plek gaat krijgen in de schijf van vijf. Dit als direct gevolg van de recent gepubliceerde en vernieuwde voedseladviezen van de Gezondheidsraad (met o.a. het advies om minder bewerkt vlees te eten, waar ik al eerder over schreef).

Momenteel zijn peulvruchten al op meerdere plekken te vinden in de schijf van vijf. De verse bonen (denk: sperzieboon e.d.) vind je in het vak met de groentes. De gedroogde bonen (denk: kikkererwten of kidneybonen) zijn te vinden in het vak koolhydraten naast de aardappel en de pasta. En de sojaboon (denk: tofu) wordt gezien als vleesvervanger en is te vinden naast het vlees en de vis.

Het feit dat één product (dat weliswaar uit talrijke variaties bestaat) in drie schijven terug te vinden is, zegt natuurlijk heel erg veel. En vooral veel over de voedingswaarde!

Peulvruchten zijn namelijk heel erg voedzaam en vezelrijk. Daarmee zorgen ze er voor dat je snel een vol gevoel krijgt én dragen ze bij aan een gezonde darmflora. Peulvruchten hebben hierbij relatief weinig calorieën, en zitten vol met mineralen (foliumzuur, kalium, calcium, en fosfor bijvoorbeeld), eiwitten, en vitamine B. Niet dat ik er verder veel verstand van heb hoor, maar dankzij deze voedingsstoffen helpen sommige bonen je blijkbaar bij het verlagen van je bloedsuikerspiegel  (zoals de zwarte boon) en dragen andere bonen bij aan een gezond cholesterolgehalte (zoals bruine bonen).

Verder is het fijn om te weten dat de teelt van peulvruchten bijdraagt aan de bodemvruchtbaarheid én dat heel veel bonen tot het culinair erfgoed van Nederland horen. Het is dus een lokaal product!

Al met al genoeg reden om de peulvrucht uit te roepen tot het product van het jaar 2016 en deze powerfood de komende tijd eens wat extra aandacht te geven. En we beginnen vandaag met:

Witte bonen puree met venkel


Ik serveerde deze puree met een in wijn gestoofd konijntje en verse doperwtjes (gekookt in groentebouillon en geserveerd met peterselie en olijfolie). En ik moet eerlijk zeggen: dat konijnenboutje smaakte verrassend goed. Alleen: het was oorspronkelijk niet bedoeld voor mijn blog. En daarom heb ik dus niet heel precies bijgehouden wat ik heb gedaan.

Volgens mij was het dit (4 personen):

  • Haal vier konijnenbouten door wat bloem en bak ze aan in wat olijfolie met boter tot ze bruin kleuren. 
  • Voeg 100 gram gehakte pancetta toe met een fijngehakte ui en een halve gepelde knoflookbol. Giet hier een flinke scheut rode wijnazijn (ca. 1 dl) bij, met een halve fles rode wijn en een halve liter kippenbouillon.
  • Gooi in de wijn twee laurierblaadjes, vier kruidnagels, twee takken rozemarijn, twee jeneverbessen, en een grote eetlepel scherpe mosterd
  • Laat dit alles tenminste 2,5 uur zachtjes pruttelen of in ieder geval tot het vlees van het bot valt. Check wel af en toe of de konijn niet aanbrandt en de saus niet droog kookt.



Maar goed. Hier ging het vandaag helemaal niet over. Het ging over de bonenpuree die geïnspireerd is op een recept van allerhande. De puree is niet heel stevig van structuur.

Wat heb je nodig voor 4 personen?


  • 250 ml slagroom (erg goed voor je cholesterol)
  • 750 gram (uitgelekte) witte bonen (ik had cannelini)
  • 400 gram venkel (hele knol)
  • 2 tenen knoflook
  • Stukje gele peper (als je van pit houdt)
  • 5 takjes tijm

Hoe maak je het klaar?

  1. Hak de venkel in zijn geheel in kleine stukjes.
  2. Kook de venkel met de gepelde knoflook en het pepertje op zacht vuur gaar in de slagroom. 

  3. Schep hier de bonen doorheen en pureer dit tot een zachte puree. 

  4. Rits wat verse tijmblaadjes van het takje en meng dit door de puree. Verwarm alles heel goed door, terwijl je zachtjes blijft roeren. Let op: er kunnen kleine hete explosies plaatsvinden!
  5. Serveer de puree met het konijn, een schepje wijnsaus, de doperwtjes (400 gram) en een klein takje extra tijm.

vrijdag 11 december 2015

Glutenvrij en vegetarisch. Panna cotta met kastanjes & cranberry


Onlangs organiseerde ik met twee collega's een Italiaanse kookworkshop voor een andere collega die een jaar geleden afscheid nam van onze afdeling. Een jaar geleden. Inderdaad, de tijd werd dan ook rijp dat ze eindelijk haar cadeau in ontvangst zou nemen.

Het plannen van een datum voor de kookworkshop was niet eens de enige uitdaging. Het was wel de grootste dat geef ik toe (en ik was er voor een groot deel debet aan). Maar een deel van de uitdaging kwam zeker ook doordat we glutenvrij en vegetarisch moesten koken vanwege de aanwezigheid van een persoon met coeliakie en iemand met een vegetarische levensstijl (klinkt heel exclusief als je dit zo opschrijft).

Een vegetarisch glutenvrij Italiaans (kerst)menu dus. Dat vereiste wat voorwerk.

Nu weten jullie trouwe volgers inmiddels wel hoe een Italiaans menu er uitziet: je begint met de antipasti, dan volgt il primo (meestal de pasta), vervolgens il secondo (het vlees of de vis), gevolgd door de dolce (het dessert) en afgesloten met de formaggio (de kaas). Ja, ik weet het: over de volgorde van die laatste twee gangen is de laatste discussie nog niet gevoerd.

Hoe dan ook: een primo van pasta of gnocchi was vanwege de aanwezigheid van de nodige gluut natuurlijk niet mogelijk. En een secondo van vlees of vis was ook uitgesloten.

Nu is het op zich niet moeilijk om in Italië glutenvrij of vegetarisch te eten. Alleen de combinatie van beiden, maakte dit diner wel wat lastiger. Ik kwam daarbij overigens vrij snel tot de conclusie: zonder gluten, vlees of vis, eindig je hoe dan ook met kaas.

Ik kon me nog redelijk inhouden met de antipasti:

Maar vervolgens gingen we als primo aan de risotto... met rode wijn, glutenvrije bouillonblokjes, basilicum, geitenkaas én Parmezaanse kaas!

Voor de secondo gingen we aan de melanzane Parmigiana. Een aubergine recept met mozzarella en Parmezaanse kaas (waar we overigens de ansjovis hadden vervangen door zongedroogde tomaten en balsamicoazijn).

En tenslotte maakten we via het dessert van vandaag (panna cotta met kastanjes, natuurlijk op basis van agar-agar ipv gelatine) de eindsprint naar het kaasplankje met een bruisende moscato d'Asti......om vervolgens met dichtgeslibde aderen en een volle buik naar huis te rollen. 
De avond was in ieder geval geslaagd te noemen.

Omdat jullie alle recepten van dit diner reeds bezitten, krijgen jullie vandaag van mij het recept van het enige gerecht dat nog in jullie collectie ontbreekt: de panna cotta met kastanje. Ik heb deze nu vier keer gegeten:

  1. Gemaakt door een collega (die mij op het idee bracht om dit te maken tijdens de workshop): verrukkelijk!
  2. Tijdens de workshop, maar met agar-agar: oke, maar redelijk drillerig. 
  3. Als test thuis, maar met iets te grote stukjes kastanje (die vervolgens naar de bodem zakten) 
  4. Als test op mijn familie, maar met een kastanje als garnering (geen goed idee) en een blaadje gelatine te veel (om er zeker van te zijn dat de panna cotta wel stijf werd. Advies: gebruik het aantal velletjes uit het recept. 
Maak het toetje 's ochtends of de dag voordat je het wilt serveren. Tenzij je agar-agar gebruikt. Dan kun je het toetje het beste enkele uren voor het serveren maken. Check wel goed de instructies op de verpakking, want deze zijn echt anders dan bij gelatine! 

Let overigens ook op dat je geen agar-agar met een kleurtje koopt. Heb ik ooit gedaan. Dan krijg je een heel raar effect...

INGREDIËNTEN
  • 400 ml verse room 35% 
  • 350 gram gekookte kastanjes 
  • 300 ml verse melk 
  • 1 vanillestokje
  • 4 velletjes gelatine (of zoveel als volgens de verpakking nodig is voor 700 ml)
  • 100-150 gram basterdsuiker 
  • kleine zak cranberry's
  • 1 sinaasappel
INSTRUCTIES
  1. Schraap de vanille uit het vanillestokje.
  2. Verwarm de room, melk, vanillestokje + merg met 100 gram suiker. Roer tot de suiker is opgelost.
  3. Zet gelatine in koud water tot de gelatine zacht is geworden.
  4. Pureer de kastanjes totdat je een heel fijn meel hebt.
  5. Zeef de gelatineblaadjes als ze eenmaal zacht zijn en voeg ze toe aan de warme roommelk. Roer tot de gelatine is opgelost.Verwijder het vanillestokje.
  6. Voeg de kastanjebloem toe en mix alles goed. 
  7. Giet de room in kleine siliconen vormpjes (of met plastic folie afgedekte bakjes) en zet tenminste zes uur in de koelkast. 
  8. Maak een saus door de cranberry's met het sap uit de sinaasappel en een paar stukjes dunne sinaasappelschil te koken. Breng op smaak met suiker. Zet het vuur uit als de saus lekker dik is geworden.  
  9. Serveer de panna cotta met een klodder cranberry, Serveer niet zoals ik deed met een kastanje bovenop. Zo'n losse kastanje smaakt niet.



vrijdag 4 december 2015

Hapjesavond...uh...pakjesavond (deel 3)

Salie met taleggio...straks in de pan

"Nou, dan geloof ik het verhaal van die Jezus Christus ook niet meer!" was de reactie van de zoon van een indirecte kennis.

"Ik ken het grote geheim van Sinterklaas al lang hoor!" vertelde mijn neefje aan mijn zus toen ze hem het grote nieuws wilde vertellen. "Hij komt helemaal niet door de schoorsteen. Hij komt gewoon door de voordeur".

"Natuurlijk bestaat Sinterklaas niet!" zei mijn nichtje onlangs tegen dezelfde zus, toen haar verteld werd dat de goede man niet bestond. En daarmee dacht mijn zus dat kind nummer twee ook voldoende geïnformeerd was. Tot ze dochterlief later hoorde vertellen: "Ik wist wel dat Sinterklaas niet bestond. Dat kan toch ook helemaal niet met zoveel kinderen. Daarom hebben we natuurlijk al die zwarte pieten!"

Van mezelf herinner ik me nog exact de plek waar mijn moeder mij het grote nieuws vertelde. Mijn moeder nam mij even apart op de grote zwarte bank in de huiskamer en zei dat ze me iets belangrijks wilde vertellen. Toen het grote nieuws kwam kon ik alleen nog met dichtgeknepen stem uitbrengen "Dat wist ik al lang hoor!", omdat ik me vooral geneerde voor het feit dat iedereen om mij heen mij blijkbaar al jaren voor de gek hield. Mijn zussen incluis. En dat was natuurlijk het ergste.

Vanaf het moment dat mijn ouders "het grote geheim" vertelden, kreeg het Sinterklaasfeest wel een hele nieuwe dimensie. Ineens was het de uitdaging om op zoek te gaan naar de verstopte cadeaus in huis. Ineens ging je surprises maken en ontvangen (je wilt niet weten hoeveel hamburgers ik in mijn leven heb gekregen). En ineens gingen we op 5 december 's avonds de straat op met een gedicht en cadeau voor goede vrienden en buren. Dan trokken we aan de bel en renden we weg om ons (samen met onze ouders!) te verstoppen achter de auto's op straat.

Hoe geweldig was het om te zien dat de deur openging en onze vrienden verbaasd naar buiten keken en niemand aantroffen. En hoe geweldig was het om dan de verrassing in hun stem te horen als ze het cadeau en het gedicht op de drempel ontdekten.

En intussen? Intussen zaten mijn ouders, zussen en ik zachtjes te giechelen achter de Volvo Stationcar van de buurman. En moest ik van de spanning eigenlijk altijd heel nodig naar de wc.

Het zijn mooie herinneringen. Ik kan daarom niet wachten tot ook mijn andere neefjes en nichtje oud genoeg zijn zodat we dit samen kunnen gaan doen op vijf december. Ik kan uit eigen ervaring vertellen: er is geen betere remedie om de Sinterklaas-bestaat-niet-schok te boven te komen.

*****************************************

Op Sinterklaasavond eten wij altijd de lekkerste hapjes. Vandaag maken we:

  • rolletjes van wilde zalm met mozzarella
  • salie-taleggio fritters
  • koekjes van parmezaan
  • radijsjes met gekruid zeezout en roomboter


Wilde zalmrolletjes met buffelmozzarella (circa 8 rolletjes)

  • 200 gram wilde zalm in dunne plakken
  • halve bol buffelmozzarella
  • stuk rode paprika
  • 6-8 blaadjes basilicum
  • prikkertjes
Snijd de buffelmozzarella in hele dunne plakken. Doe hetzelfde met de rode paprika: snijd deze echt flinterdun. Rol de paprika en de buffelmozzarella in een stukje wilde zalm. Leg er een blaadje basilicum op en steek dicht met een prikkertje.


Salie-taleggio fritters (10 stuks)


  • 20 niet te kleine blaadjes salie
  • 10 dunne plakjes taleggio (=heerlijke Italiaanse smeltkaas)
  • 1 ei
  • wat bloem
  • wat grof paneermeel (toko)
  • arachideolie
Pak elk plakje taleggio in, in twee salie blaadjes. Rol dit door de bloem, vervolgens door het geklopte ei, en uiteindelijk door het grove paneermeel. Zorg dat de olie goed heet is, en bak de saliepaketjes in enkele minuten goudbruin. Serveer warm.


Parmezaanse kaaskoekjes (10 stuks)

  • 100 gram Parmezaanse kaas
  • bakpapier
Verwarm de oven op 200 graden. Rasp de Parmezaanse kaas, en maak op het bakpapier 10 kleine hoopjes. Zet de koekjes ongeveer 5 minuten in de oven. Voorkom dat ze te donker worden! Laat afkoelen en serveer.

Radijs met zeezout (20 stuks)

  • 10 radijsjes
  • stukje roomboter (ongezouten)
  • grof zeezout (halve theelepel)
  • gedroogde tijm en/of rozemarijn (1-2 takjes, geritst: de harde stengel gooi je weg)
Hak de tijm en/of rozemarijn fijn. Meng dit door het zeezout. Maak de radijsjes schoon en halveer ze. Smeer een dun laagje roomboter op de radijs en bestrooi met het gekruide zeezout. Wacht niet te lang met serveren. Het zout trekt het vocht uit de radijs.